Stamboom familie van Elsacker
aantekeningen bij het onderzoek naar de stamboom / het geslacht van Elzakkers
en aanverwante families


versie 08 mei 2018

      Eenabt enabdissen


        Zoals destijds te doen gebruikelijk trad veelal minimaal één kind van het gezin toe tot het geestelijk ambt.

      De volgende verhalen over enkele geestelijken binnen de familie van Elsacker zijn op te tekenen:



      abt Jacobus

      Jacobus van Elsacker, religieus, priester enabt, is omstreeks 1450 vermoedelijk te ’s Hertogenbosch geboren. Zijn ouders zijn niet bekend. Hij overleed op 28-09-1505 in de abdij van Averbode en werd begraven te Antwerpen in de St Michielsabdij voor het altaar der VII weeën.
      Jacob was pastoor te Minderhout van 1491 tot 1499.
      Prelaat Jacob was (hij was de 29e) abt van de invloedrijke St Michielsabdij te Antwerpen van 1499 tot aan zijn dood in 1505. Zijn portret hangt nu nog in de abdij van Averbode. Zijn devies was "Vacate et videte" "Weest vredevol en hebt inzicht".
      Hij voerde een wapenschild "… in keel een beurtelings gekanteelde dwarsbalk van sabel, vergezeld van drie achtpuntige rozen van keel". De gelijkenis met wapenschild der familie is echt frappant.
      Zijn portret werd eerder erkend als dat vanabt Christianus Michiels maar recente onderzoekingen hebben naar abt Jacob van Elsacker geleid.
      Een ongeluk trof zijnabdij te Antwerpen in 1501. De bliksem sloeg in op de toren en stak deze in brand zodanig de klokken smolten. Maar prelaat van Elsacker had meer te doen dan torens te herstellen.
      In 1500 had het kapittel-generaal der orde, vergaderd te St Quentin, een bevelbrief voor al de onderhorige kloosters omtrent het onderhouden van het kloosterslot ter vermijding van alle kwaad verdenken, uitgegeven. Deze brief werd naar de Nederlanden overgebracht door de pastoor van Meir ( = Meer), de afgevaardigde te St Quentin voor de St Michielsabdij. Prelaat van Elsacker zorgde nu voor de mededeling van deze brief aan zijn twee dochter-abdijen. Prelaat Jacob was dus Vader-Abt.
      In 1502 visiteert de generaal der orde Jan de l’Escluse de St Michielsabdij.
      In datzelfde jaar reist prelaat Jacob naar Rome, samen met de abten van Perk en van Veurne, om er een nieuw ontwerp van de statuten voor de orde te bespreken. Deze nieuwe statuten worden gepromulgeerd in 1505. De antwerpse prelaat staat aangeschreven als iemand die kordaat in zijnabdijen alles naar deze nieuwe regel heeft ingericht.
      "Reformatis coenobii moribus" trok abt Jacob, die aan een kwijnende ziekte leed, naar de abdij van Averbode maar zijn toestand verslechtte al spoedig en hij stierf op 28-09-1505, omringd door het gehele convent van Averbode. Het stoffelijk overschot werd naar Antwerpen teruggebracht.
      Ter herinnering aan dit sterfgeval en ter waardering aan de goede zorgen van zijn voorganger bekostigde Jacob’s opvolger, Jacobus Embrechts, een glasraam in de (voorgaande) kerk van de abdij van Averbode.

        Op de foto een gedeelte van het schilderij vanabt Jacob Elsacker, zoals dat tentoongesteld is in de abij van Averbode.



      de abdissen Catharina en Cornelia

      Cornelia van Elsacker was een dochter van Michiel en van Anna Jordaens.
      Zij werd ingekleed op 13-10-1651 nadat haar oudere zuster Catharina er reeds ingekleed was in het jaar 1645.
      Het klooster "Ter Nonnen" (Victorinnen), voorheen St Margrietendaal, later "In IHS Capelle" genoemd, op de Campus Philippi te Antwerpen werd in 1542 afgeslagen en mocht niet meer herbouwd worden. De toenmalige priorin Maria van den Broecke bracht haar gemeenschap van 18 religieuzen binnen de muren der stad en kon ze in 1544 vestigen in de "Jesuscapelle", thans zou dit in de Jezusstraat gelegen zijn.
      Het klooster der Victorinnen trok vele juffrouwen van "grooten huyze" uit kracht van traditie tot zich. In 1682 werd Cornelia er priorin en zij bleef dit tot aan haar dood in 1707.