| versie 25 november 2025 |
| opent dit document zich zonder verhalenlijst in de kolom links, gebruik dan deze link om naar alle verhalen bij parentelen te gaan en ontdek nog meer familieverhalen. |
| Verhalende geschiedenis bij parenteel Zevenaar (deel IV): Robertus Theodorus L..... M..... van der Eem |
|
Het is in mijn zoektocht naar directe familieleden die binnen het Nationaal Archief, het Centraal Archief bijzonder Rechtspraak, worden gezien als collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog, als ik bij toeval stuit op de zoon van één van hen. Robertus Theodorus L..... M..... van der Eem is de zoon van Antonius Theodorus Johannes Henricus van der Eem. Ton van der Eem beloopt gedurende de Tweede Werledoorlog niet (altijd) de juiste weg. Het relaas rond de Tweede Wereldoorlog van hem is ondergebracht in CABR dossiers Robertus Theodorus L..... M..... van der Eem wordt geboren tussen 28-09-1940 en 04-10-1940 te Nijmegen. Hij brengt de Tweede Wereldoorlog door als peuter, zonder enige weet van de activiteiten van zijn vader in die periode. Zijn moeder is de in Rotterdam geboren Maria Elisabeth Wakelkamp. In die periode wordt hij door zijn vader Bobbij genoemd. Later, als Rob 'groot' is, wordt hij militair en treedt toe tot het Franse Vreemdelingenlegioen. Hij verlaat deze weer, maar helaas kort daarna heeft zijn relatie met dat legioen toch slechte gevolgen. Het relaas rond Rob van der Eem brengt trouwens meer aan het licht rond het gezin waartoe hij behoorde. Via onderzoeken door NLlegioen op onder andere onder oude kranten is er meer bekend over het toch wel korte leven van Rob van der Eem. |
| Op dinsdag 15 september 1959 verspreiden diverse landelijke en regionale dagbladen de dood of mogelijke dood van twee Nederlandse legionairs. Het Franse persbureau AFP meldt namelijk dat twee Nederlandse jongemannen die een jaar geleden in het Franse vreemdelingenlegioen dienst hebben genomen door Algerijnse opstandelingen zijn doodgeschoten. Zij behoorden tot een groepje van vijf legioensoldaten die in de lente gedeserteerd zouden zijn en die door leden van de FLN (Front de Liberation Nationale) bij Mecheria (Algerije) volgens mededelingen van een naar de Fransen overgelopen rebel zouden zijn vermoord. De Nederlanders zijn Robertus van der Eem in 1940 in Nijmegen geboren, wiens ouders jaren geleden naar St. Michielsgestel zijn verhuisd, en Lambertus Nicolaes die in 1937 in Maastricht geboren is. Hij is een jaar geleden uit de registers van de burgerlijke stand in deze gemeente geschrapt wegens vertrek naar Frankrijk. De internationale pers verkondigt dit bericht op verschillende manieren. |
|
Een verslaggever van het dagblad 'Het Binnenhof' sprak een dag na het verschijnen van het AFP bericht met de moeder van Rob van der Eem. De kop van het geplaatste artikel is sprekend: 'Mijn zoon was te goed voor het legioen geronseld op de Boulevard, vermoord in Algerije Hij was net 18 .....' |
|
| het artikel Dertig minuten nadat zij gehoord had van de gruwelijke dood van haar achttienjarige zoon Rob, zei mevrouw Van der E. uit Scheveningen: 'Ik wil alle ouders van jongens waarschuwen tegen de laaghartige ronselaars, die hier in de buurt rondlopen. Mijn zoon is op de boulevard van Scheveningen geronseld voor het Vreemdelingenlegioen, voor mij is dat een uitgemaakte zaak, hij kwam terecht in vuile handen, die wel raad met hem wisten. Ik wou, dat ik alle ouders het leed kon besparen, dat ik zelf nu doormaak.' Rob van der E. werd door leden van de F.L.N. (Front de Liberation Nationale) bij Mecheria volgens mededelingen van een naar de Fransen overgelopen rebel vermoord. Hij stierf op 2 juli, gelijk met zijn vriend, de 22-jarige L. N. [ Lambertus Nicolaes ] uit Maastricht. Volgens het A.F.P.-bericht, dat dit drama gistermiddag wereldkundig maakte, waren de twee Hollandse jongens bij een groepje van vijf legioensoldaten, die in de loop van de lente gedeserteerd waren. 'Rob was geen gemakkelijke jongen, maar eerlijk als goud en erg vriendelijk. Over twee weken zou hij negentien geworden zijn. Op 20 januari is hij thuis weggelopen, we hadden woorden gehad, zoals dat kan voorkomen met opgeschoten jongens. Hij pakte zijn spullen bij elkaar en verdween. Drie maanden later kregen we zijn eerste brief: hij lag met een nekschot in het hospitaal van Saidi. Toen hij hier was weggelopen, was hij rechtstreeks naar het Vreemdelingenlegioen gegaan. Hij werd beter. We kregen meer brieven. We kregen zelfs een 'Grammofoonbriefkaart' van hem met de 'marche de la legion', een plaat in kleuren, met legioensoldaten erop. Hij schreef dat hij het goed maakte, maar na 2 mei hoorden we niets meer van hem. Niets meer tot er vanmiddag twee rechercheurs kwamen, die vertelden dat ze geen zekerheid hadden, maar dat aangenomen moest worden, dat Rob dood was. Mijn man weet nog van niets, hij is op reis en mijn jongste zoon ook niet, die is aan het fietsen met een vriend. Rob van der E., oud achttien jaar, is niet de eerste Nederlander, die in ons eigen land voor de dienst in het Vreemdelingenlegioen geronseld is. Hij is niet de enige, die als ideaal voor zijn avonturiersgeest door een louche mond een plaats in het legioen voorgespiegeld kreeg. En dat gebeurde vlak bij huis, vlak bij zijn huis in Scheveningen, op de boulevard, waar hij verleden jaar zo’n mysterieuze ronselaar tegengekomen moet zijn. Zijn moeder vertelt erover: Rob had twee vrienden, waarmee we hem niet graag zagen. Ik vertrouwde ze niet en ik vermoed, dat die twee jongens Rob de eerste weg gewezen hebben. We hebben hem er vaak over gevraagd, we hebben hem gesmeekt alles te vertellen, toen hij zei naar het legioen te willen. We kregen er alleen uit, dat hij die man op de boulevard had ontmoet en dat hij zijn erewoord had gegeven niets van hem te vertellen. Voor de 20ste januari, de dag dat hij van huis wegliep, had hij wel eens gezegd: Ik weet nu precies de weg om bij het legioen te komen. Als jullie me tegenhouden, weet ik de illegale paadjes aan de Belgische en Franse grens. Ik weet zelfs, waar ik geld kan krijgen voor de reis. Hij moet zeer goed ge';nstrueerd zijn door die man op de boulevard, voordat hij vertrok. Mijn man heeft alles geprobeerd om het adres van Rob te krijgen en toen hij dat had, om hem eruit te krijgen. Nu is het te laat. Bij de moeder, die haar zoon op deze manier verloren heeft, was de eerste gedachte, toen de twee rechercheurs het haar hadden verteld: Laat andere moeders dit verschrikkelijke bespaard blijven. Laten ze in Nederland tenminste de schurken, die zich ronselaars noemen, geen kans geven. |
Ook in een drietal andere kranten verschijnt een artikel met eenzelfde strekking:
|